Spring naar toolbar

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie
Bij Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) weten we niet waardoor de klachten veroorzaakt worden. Als de klacht er eenmaal is, beïnvloedt de klacht ook ons gedrag. Vaak zijn het onze onbewuste gedachten over de klacht die onze gevoelens en onze reactie beïnvloeden. Cognitieve gedragstherapie voor SOLK heeft het volgende uitgangspunt: ‘Door gedachten op te sporen kan soms de invloed van de klacht op ons gedrag minder sterk gemaakt worden. Vervolgens kan het gebeuren dat de klacht zelf ook minder ernstig wordt.’

Invloed op de klacht

Onze gedachten over de klacht hebben soms invloed op de ernst van de klacht. Vaak zijn deze gedachten onbewust maar bepalen ze onze reactie wel. Als iemand als automatische gedachte heeft: ‘als ik pijn heb moet ik mijn lichaam rust gunnen’ dan kan het gebeuren dat hij of zij juist teveel rust neemt en daardoor te weinig afleiding krijgt. Als de automatische gedachte is ‘als ik pijn heb moet ik afleiding zoeken’ dan kan het zijn dat iemand zo druk bezig gaat dat hij of zij te weinig rust krijgt. Onze gedachte beïnvloedt ons gedrag en ons gedrag beïnvloedt de ernst van de klachten.

G-schema
In de cognitieve gedragstherapie gebruikt men het G-schema: Gebeurtenis, Gedachten, Gevoelens, Gedrag en Gevolgen. In de behandeling wordt begonnen met het invullen van het G-schema. Allereerst wordt goed onderzocht welke klacht iemand heeft (Gebeurtenis) en welke Gedachten en Gevoelens bij die klacht horen. Ook wordt gekeken naar wat de gevolgen zijn van de klacht voor het dagelijks leven. Het gaat dan om de gevolgen voor het werk of dagelijks leven, sociale contacten, en lichamelijke gevolgen. Als de verschillende factoren uitgezocht zijn wordt opgespoord welke gedachten en gedragingen misschien beter veranderd kunnen worden en bekeken welke invloed de verschillende G-s op elkaar hebben.

Doorbreken
Tenslotte wordt geprobeerd om de automatische gedachten bewust te maken en de gedragingen die het herstel van de klacht in de weg staan te veranderen. Het is de bedoeling om zo de nare gevolgen van de klacht te verminderen. Soms kan de klacht zelf ook verminderen na cognitieve gedragstherapie.